‘Van Kooten en De Bie’s moeders de vrouwen’

Woensdag 27 maart 2019, 20.25 uur, NPO 2 wordt het jaarlijkse Boekenweekprogramma van Van Kooten en De Bie uitgezonden.

Toen de CPNB in de zomer van 2018 het thema bekendmaakte van de Boekenweek in 2019 – ‘De moeder de vrouw’ –  ontketende zij een lawine aan afkeurende reacties. Driehonderd schrijvers, dichters, uitgevers en critici ondertekenden een brief waarin zij de CPNB verweten ‘genderongelijkheid in het literaire veld’ te bestendigen. Ook het feit dat uitgerekend twee mannen waren gevraagd het Boekenweekessay en het geschenk te schrijven, zorgde voor hevige verontwaardiging. De CPNB  werd bovendien verweten dat de vrouw ‘oneigentijds met het moederschap werd geïdentificeerd’.

Het oproer werd gesust in een gezamenlijk goed gesprek met de CPNB; de vrouw krijgt voortaan een groter aandeel in de boekenweekactiviteiten. Meer vrouwgerelateerde diversiteit, dus.

Voor hun twaalfde Boekenweekprogramma stelden Van Kooten en De Bie een satiries boeket scènes over het jaarlijkse thema samen. Materiaal in overvloed, dachten ze. De lijst met sketches waarin moeders en vrouwen de hoofdrol speelden in hun programma was lang en divers. Maar gaandeweg nam een verontrustende stemming bezit van beide programmamakers. De lijst grappige filmpjes riep ongemakkelijke vragen op.

De vrouwelijke rollen in de scènes werden bijna allemaal vertolkt door mannen. Door slechts twee mannen. Door Van Kooten en De Bie zelf! Was hier niet bij uitstek sprake van een oneigentijdse identificatie met mannelijke   overexposure uit vroeger tijden?

En hoe zat het met de zo vurig gewenste genderdiversiteit?

Grote schrik: het woord gender komt in het programma helemaal niet voor! De filmpjes werden gedraaid in de periode 1975-1998, toen de genderwetenschappen nog een verborgen leven leidden in donkere uithoeken van de universitaire campussen.

Na koortsachtig overleg besloot de VPRO-leiding het programma toch voor uitzending vrij te geven. Ook uit respect voor de deelnemende moedige vrouwen: Mémien Holboog, Carla van Putten, Diana Charité e.a.

Tot slot nog dit: uit betrouwbare bron vernamen wij dat Thea Ternauw binnenkort een klacht bij het OM gaat indienen tegen de heer Cor van der Laak wegens grensoverschrijdend gedrag, gepleegd tijdens opnamen van het programma van Van Kooten en De Bie in 1977…

Moeder Carla Van Putten: “Misschien ga jij wel trouwen met zo’n leuk transgendertje, Frank.”  Zoon Frank: “Nee, moeder!”

Van Kooten en De Bie beschikken over een eigen YouTube-Kanaal

Alle Keken op de Weken bij elkaar

Sinds jaar en dag zwerven op het internet tientallen Koot&Bie-filmpjes, soms van onduidelijke afkomst en slechte kwaliteit. Kees van Kooten en Wim de Bie besloten orde op zaken te stellen en zijn van start gegaan met een eigen YouTube-kanaal: www.youtube.com/VanKootenenDeBieTV

Veel bekend en populair werk, maar ook niet eerder heruitgezonden materiaal zal, met wekelijkse toevoegingen, op dit officiële Van Kooten en De Bie-kanaal worden geplaatst en op pc, smartphone en tablet gratis te bekijken zijn.

Zo zullen na verloop van tijd alle 112 afleveringen van het legendarische tv-programma Keek op de Week (vpro, 1988 -1993) hier een plek krijgen. Een unieke kijk op de jongste geschiedenis – veel hete hangijzers van toen blijken na 25 jaar nog immer actueel.

Het kanaal wordt vervaardigd in samenwerking met Expoza, Utrecht.

Het YouTube-kanaal van Van Kooten en De Bie: ‘het digitale museum van het oeverloze oeuvre van twee land- en tijdgenoten’.

Satirisch onderzoek Spuiforum, Den Haag

Als hoogleraar Satire en onafhankelijk deskundige op het gebied van hoogmoedige hoogbouwprojecten, werd mij gevraagd een onderzoek in te stellen naar de plannen voor de bouw van een cultuurpaleis in Den Haag.
spuiforum

Welnu, na alle tekeningen en berekeningen nauwgezet te hebben bestudeerd, kom ik tot de conclusie dat, satirisch gezien, het Spuiforum met de grond gelijk kan worden gemaakt, nog voor het is gebouwd.

De wijze waarop is gegoocheld en gemanipuleerd met kostenramingen; kritische geluiden niet serieus werden genomen; de wijze waarop de tegenstand onder de bevolking is gebagatelliseerd – zelden bestudeerde ik een bouwplan dat zo overduidelijk voor 100% rijp is voor satire.
In een vervolgonderzoek behandelde ik de vraag: hoe zou dat satirische Spuiforum er, bijvoorbeeld in de vorm van een televisieprogramma, dienen uit te zien? Zijn er komieken en satirici te vinden, die het gehele Spuiforumproject op zowel lachwekkende als messcherpe wijze kunnen uitbeelden? Kunt u een opzet voorbereiden?

Helaas! Dat bleek niet mogelijk. Mijn onderzoek wees uit dat de Haagse werkelijkheid rond het Spuiforum gekker is dan de inventiefste grappenmaker kan bedenken. Het geld voor een satirisch Spuiforum kan dus beter worden besteed.

Wim de Bie, hoogleraar Satire, Den Haag

Nieuw Koningslied?

Het Koningslied van Ewbank c.s. is gesneuveld. Wat mij betreft hoefde de muziek niet te worden ingetrokken, maar hadden enkele tekstdichters in een middag een betere, foutloze versie van de abominabele tekst kunnen schrijven.

Wat wordt er nu op 30 april a.s. gezongen?

Ik doe een voorstel. Ik heb nog een oud nummertje liggen, dat me buitengewoon geschikt lijkt.

Het grote voordeel: iedereen kan een eigen tekst meezingen, zodat daar nooit moeilijkheden over kunnen ontstaan.

Beluister deze mp3 en zing meteen mee:

Nieuw Koningslied

Philip Roth, het grote voorbeeld

Een kwartier staren naar het lege computerscherm wisselde hij af met een kwartier ijsberen door zijn werkkamer. Zo was hij al twee uur bezig. Er ‘kwam niks’ vanmorgen, begreep hij bij twaalven. Tijd voor de lange wandeling via het Oubergplantsoen, over de stadswallen naar de wagen van visboer Van Schijndel, voor de dagelijkse haring ‘met alles erop’. (‘Ook zuur?’, vroeg Piet van Schijndel, altijd weer.)

Onderweg overdacht hij wat hij gelezen had: het interview met Philip Roth, waarin de grote Amerikaanse schrijver aankondigt dat ‘de worsteling met het schrijven’ voorbij is.

Philip Roth die ermee stopt! Wat een schok! Ook voor hem. Roth was het grote voorbeeld. De energie die uit zijn boeken kolkte. Jaar na jaar verscheen het ene schitterende boek na het andere. Geen nieuw boek van de hand van deze gigant? Onvoorstelbaar.

De dip waarin hij, Dolf van Dungen, nu al weken verkeerde, veranderde op slag in een zwart gat, na het lezen van het deprimerende nieuws over het door hem zo bewonderde voorbeeld.

‘Als ik er nou ook ’s mee stop?’, dacht hij op een bank in het Oubergplantsoen. ‘Als ik nu ’s een persbericht doe uitgaan, waarin ik zeg dat Philip Roth me de ogen heeft geopend en dat ook ik toegeef dat het schrijven voor mij een te grote worsteling is geworden? Zou een krant het plaatsen? Zouden ze gaan uitpluizen wat die Dolf van Dungen allemaal geschreven had?’

Vrij zijn! Niks aan de kop! Nooit meer die ongemakkelijke ontwijkende teksten als iemand op een verjaarspartijtje vroeg: ‘En, hoe gaat het met je boek?’ Gewoon zeggen: ‘Philip Roth heeft me aan het denken gezet. Ik kap ermee.’ O, ze zullen het zeker een moedig besluit noemen, dacht hij. Hij zou, als hij de interviewteksten van Roth uit het hoofd had geleerd, de collega’s op de zaak ook makkelijker onder ogen kunnen komen, na de sabbatical van zes maanden, waarin hij ‘eindelijk HET boek zou schrijven.’

‘Dank u wel, Philip Roth. Voor al uw boeken. Een ook voor dit openhartige einde.’

Dolf van Dungen zette er flink de pas in. Misschien nam hij, om het einde van zijn schrijverschap te vieren, wel twee haringen.

Moeilijk blootmoment

’s Avonds om elf uur, als meneer Foppe voorbereidingen treft voor het slapengaan, breekt er een moeilijk moment aan.
Voordat hij zich gaat verkleden in de badkamer, haalt hij eerst zijn opgevouwen pyjama uit de la van de slaapkamerkast.

Als hij zich ontdoet van de bovenboel is er niets aan de hand. Zijn colbert en overhemd drapeert hij rond een knaapje, dat hij aan een haakje op de deur hangt. Dan schiet hij meteen in zijn pyjamajasje, want het is ’s nachts nu al zo koud, dat hij het zichzelf heeft toegestaan zijn onderhemd aan te houden.
Vervolgens trekt hij zijn pantalon uit, die hij over de gesloten toiletpot drapeert.

Dan komt dat moeilijke moment: hij moet zijn onderbroek uittrekken.

En voordat hij in zijn pyjamabroek stapt, staat hij dus gedurende enkele seconden van onderen bloot. En daar houdt meneer Foppe niet van.
Mijn hemel! Waar je al problemen mee kan hebben, denkt hij ook wel ’s in zichzelf.
Wie zou hem nou zó, in zijn meest kwetsbare positie, kunnen zien staan? Niemand. Ja, hijzelf. Maar als hij vliegensvlug met geheven hoofd uit zijn onderbroek en in zijn pyjamabroek stapt en niet per ongeluk in de spiegel boven de wasbak kijkt, is de kans toch uiterst gering dat hij met zijn eigen onderkant wordt geconfronteerd?

Toch heeft meneer Foppe het zo moeilijk met het laten zakken van zijn onderbroek, dat hij die de laatste tijd ook maar gewoon aanhoudt, onder zijn pyjamabroek!
Ja, het is raar en van huis uit heeft meneer Foppe het anders geleerd. Het is misschien zelfs vies te noemen, maar ach, het voordeel van alleenwonen is nou juist dat je zelf je eigen regels bepaalt. En als je het niet fijn vindt om ’s avonds even bloot te staan, nou, dan doe je dat toch gewoon niet?

Zo beperkt meneer Foppe de ongemakkelijke blootmomenten tot de hoogst noodzakelijke: het moment tijdens de wissel van vieze naar schone onderbroek – tweemaal in de week – en het moment waarop hij, vlakvoor hij onder douche stapt voor de grote zaterdagse wasbeurt, zijn onderbroek moet verwisselen voor zijn zwembroek.

(Uit: Meneer Foppe en de hele reutemeteut (uitg. De Harmonie)

Samen dingen doen

Meneer Foppe was er gistermiddag eens goed voor gaan zitten in de grote televisiestoel. De regering zou in een directe uitzending vanuit de Tweede Kamer, bij monde van de minister-president, een belangrijke verklaring afleggen.
‘Daar moet je bij zijn,’ dacht meneer Foppe, ‘als goede burger moet je willen weten wat de regering met je van plan is.’ En hij had zijn afstandsbediening op driepas afstand op de grote tafel gelegd, zodat hij niet in de verleiding kwam al te snel weg te zappen.
‘Ik doe hierbij afstand van de afstandsbediening,’ glimlachte meneer Foppe om z’n eigen woordspel.

Die opgewekte burgerzin van meneer Foppe zakte al gauw in toen hij de minister-president een paar keer het woord ‘samen’ had horen zeggen. De regering ging met jan en alleman samenwerken om het opkomende ‘zware weer’ het hoofd te bieden, waartoe urgente maatregelen moesten worden uitgevoerd, als het even kon zelfs samen met de oppositie. Maar ook samen met organisaties en instellingen in het land waar mensen samen bezig waren. Samen met iedereen gingen we samen een moeilijke periode doorstaan, maar daarna een schitterende toekomst tegemoet, begreep meneer Foppe.

Samen – het was niet meneer Foppes favoriete woord. Hij werd er onrustig van. ‘Samen dingen doen’ – zo’n uitdrukking maakte veel onaangename herinneringen los. Meneer Foppe had nooit gehouden van samen dingen doen.
Op tv had hij wel eens reportages, of documentaires over het onderwijs gezien en bij kijkjes in de moderne klaslokalen zag je altijd kinderen samen dingen doen, in kringen, of aan ronde tafels. En meneer Foppe dacht dankbaar terug aan zijn eigen schooltijd, toen hij nog een eigen tafeltje had, met een eigen laatje onder het tafelblad, waarin, verstopt achter zijn pen en inktlap, zijn eigen geheimen lagen: twee rode stenen, vier eikelpijpjes en een eindje ventielslang.
Met andere leerlingen samen moest de kleine meneer Foppe geregeld gymnastiek doen. Daar had meneer Foppe misschien zijn afkeer aan samen dingen doen aan overgehouden. Die keer dat hij uit de ringen viel en ze hard lachten. Of de keer dat hij door en over alle in de zaal opgestelde gymtoestellen moest klauterklimmen zonder de grond te raken (‘een wereldreis maken’) en hij met zijn linkerbeen boven in een wandrek klem kwam te zitten. Alle leerlingen, inclusief de gymonderwijzer, vonden dat weer heel erg grappig.
Of tijdens het samen zingen, toen die keer dat meneer Foppe het refrein van Piet Hein moest voorzingen en de regel ‘zijn daden bennen klein’ er heel raar piepend bij hem uitkwam, omdat hij dat ‘bennen’ een veel te gek woord vond om zomaar hardop in het openbaar te zingen. En ze het weer allemaal uitschaterden.
De tijden waren ingrijpend veranderd. ‘Er ging een frisse wind waaien,’ zei de minister-president. Er moesten op grote schaal samen dingen gedaan. Het was een schande als je niet samen je schouders zette onder de dingen die gedaan moesten worden.

Net toen hij weer was ondergedompeld in de toch moeilijk te volgen ernstige woorden van de premier, werd er hard en dringend op zijn voordeur gebonkt.
Meneer Foppe schrok hevig, deed een woeste uitval naar de afstandsbediening op tafel en drukte het geluid vijf streepjes zachter. Maar het was al te laat.
‘Meneer Foppe, wilt u opendoen?’ riep een barse mannenstem.
Trillend op zijn benen ontgrendelde meneer Foppe de nachtsloten en opende de deur. Op de galerij stond een man in een zwarte leren jas, die een plankje onder zijn arm geklemd hield, waarop een formulier was bevestigd.
‘Zijn wij meneer Foppe, H.G.?’ baste de man vanonder een grote donkere snor.
‘Dat zijn wij,’ zei meneer Foppe gelaten.
‘Mooi. Dan komen wij even binnen,’ zei de man, die langs meneer Foppe de kamer inliep, een stoel pakte en aan tafel ging zitten, waarna hij onderzoekend rondkeek.
‘Wij zijn van regeringswege en wij komen eens kijken hoe het zit met de samenwerkingsverbanden van meneer Foppe H.G.’
‘Ach, ja, natuurlijk,’ zei meneer Foppe, die zich afvroeg of hij de inspecteur een kopje koffie moest aanbieden.
‘Eerste vraag: is meneer Foppe H.G. alleenstaand of samenwonend?’
‘Alleenstaand,’ antwoordde meneer Foppe, ‘altijd geweest. Eh… nou ja, behalve vroeger, toen vader en moeder nog leefden.’
‘Ja, hè hè, samenwonen met je ouders – dat bedoel ik natuurlijk niet met samenwerkingsverbanden. Wat doet u nu zoal samen met anderen?’ De inspecteur keek hem met een borende blik aan en hij hield zijn pen boven het formulierenplankje in de aanslag.
‘Ja… eh… niet dat je zegt… zoveel eigenlijk,’ stotterde meneer Foppe.
Koortsachtig dacht hij na. Hij was nergens lid van, hij sprak soms dagenlang niemand en dat beviel hem uitstekend, maar dat mocht je tegenwoordig niet hardop zeggen. ‘Eh… ja, wacht even… als ik boodschappen ga doen, zijn er andere mensen, op straat en in de supermarkt, dus in die zin doe ik samen boodschappen.’
‘Ik geloof mijn eigen oren niet, meneer Foppe H.G.,’ zei de inspecteur die zijn ogen had opengesperd en aan zijn snel roder wordende konen te zien elk moment in grote boosheid kon ontbranden.
‘U wilt toch niet zeggen dat u nooit samen dingen doet, is het wel? U beweert toch niet dat meneer Foppe H.G. hier maar een beetje in zijn eentje zit te zitten en de boel de boel laat en niets samendoet met anderen om ons mooie land nog mooier te maken?’ Meneer Foppe zweeg en liet het hoofd hangen.
‘Nu moet u eens goed luisteren, meneer Foppe – vanaf nu gaat in Huize Foppe H.G.een heel andere, een stuk frissere wind waaien, ja? Ik kom volgende week terug en dan is meneer Foppe H.G. lid van minimaal twee maatschappelijke organisaties en dan doet meneer Foppe H.G. samen met anderen een paar hele goeie dingen. Ben ik duidelijk?’ De inspecteur wachtte meneer Foppes antwoord niet af, beende naar de deur, die hij met een harde slag achter zich dichttrok.

Meneer Foppe schrok er wakker van. Op de televisie had de minister-president zijn verklaring beëindigd. Het woord was aan een fractievoorzitter, begreep hij. De camera dwaalde langs de rijen ministers en staatssecretarissen in het zogenaamde regeringsvak.
Meneer Foppe herstelde zich. ‘Nou nou, de regering geeft niet bepaald het goede voorbeeld,’ constateerde hij. Alle bewindslieden waren iets voor zichzelf aan het doen. Ze zaten weggedoken in papieren, ze lazen een krant, ze zaten ingespannen te schrijven, met elkaar te praten, op hun nagels of mobieltjes te staren – van samen luisteren naar wat de kamerleden te vertellen hadden over de nieuwe plannen om samen dingen te gaan doen, was geen sprake.
‘Misschien valt het allemaal wel mee,’ bepeinsde meneer Foppe, ‘en als ik voorlopig niet samen hoef te ballen, blijf ik maar liever nog even happy in mijn eentje.’
Dat samen ballen sloeg op de beelden van het leven in verzorgingstehuizen die wel eens op de televisie langskwamen. Zag je bejaarden in een kring zitten en elkaar een bal toegooien.
Een spookbeeld. Als meneer Foppe samen ballend zou eindigen, hoopte hij zo ernstig dement te zijn dat hij het nog leuk zou vinden ook.

(Uit: Meneer Foppe en de hele reutemeteut – Uitgeverij De Harmonie)