Gemalen visjes

Stekelbaarsjes zijn 5 tot 7 centimeter groot en de broedtijd is van april tot juni, heb ik net even opgezocht.

Het zal eind april, begin mei 1945 zijn geweest, vlak voor de Bevrijding. De hongersnood was nog groot. Het voedsel dat de geallieerden hadden afgeworpen was nog niet onder de bevolking uitgedeeld.

Ik kwam thuis met een jampot vol stekelbaarsjes, die ik had gevangen in de sloot aan het eind van de straat. Mijn hengel was primitief: een meter naaigaren aan een stok gebonden, waaraan een kromme speld was bevestigd. Als aas gebruikte ik een paar wormen uit de tuin.

Ik zie het verheugde gezicht van mijn vader: ‘Goed zo, jongen! Geweldig!’

Hij staat in de keuken. Hij schept de visjes uit de pot en doet ze in de koffiemolen die aan de wand hangt. Met een paar draaien aan de slinger druipt er een vieze prut uit de molen in het koffiebakje.

Hoe de visjes smaakten weet ik niet meer. Volgens mij hebben we ze zoals ze uit de koffiemolen kwamen, meteen opgegeten, met graatjes en stekels en al.

Dat blije gezicht van mijn vader vervult me nog altijd met trots.